Fotografie Stephan Vanfleteren © All rights reserved

Ilja Leonard Pfeijffer is dichter en schrijver. Hij heeft zich onderscheiden in zo goed als alle denkbare genres, behoort tot de meest gelauwerde auteurs van het taalgebied en wordt erkend als een van de dwingendste stemmen in de hedendaagse Nederlandse literatuur. Hij heeft meer dan veertig titels op zijn naam, waaronder poëzie, romans, korte verhalen, toneelteksten, essays, wetenschappelijke studies, columns, vertalingen en bloemlezingen. Stilistisch machtsvertoon en klassieke vormbeheersing stelt hij in dienst van literaire vernieuwing en een toenemend engagement, dat ook expliciet tot uitdrukking komt in zijn werk als columnist en documentairemaker voor de televisie.

Wie op zoek gaat naar constanten in zijn veelzijdige oeuvre, zal afgezien van de muzikaliteit en beeldende kracht van zijn zinnen en zijn stilistische lenigheid benadrukken dat hij in veel van zijn werk telkens op een andere manier de spanning tussen feit en fictie onderzoekt, en niet louter als literair spel maar vooral als zoektocht naar de vervagende grenzen tussen fantasie en werkelijkheid die een boeiend en verontrustend kenmerk zijn van de moderne maatschappij. Daarbij wordt de daad van het schrijven, dichten of vertellen nooit aan het zicht onttrokken als een vanzelfsprekendheid, maar vaker wel dan niet expliciet gethematiseerd en gemotiveerd, zoals de architect van het Centre Pompidou in Parijs de infrastructuur van het gebouw opzichtig aan de buitenkant heeft aangebracht. Dat maakt zijn werk innovatief, gelaagd en verraderlijk.

Hij is geboren in 1968 te Rijswijk nabij Den Haag. Hij studeerde klassieke letteren aan de Leidse Universiteit, waar hij in 1996 promoveerde op een proefschrift over de archaïsch Griekse dichter Pindarus en tot 2004 werkzaam was als onderzoeker en docent Oud Grieks. In 2008 vestigde hij zich in de Noord-Italiaanse havenstad Genua, waar hij tot op de dag van vandaag woont en werkt.

Zijn poëziedebuut Van de vierkante man (1998) werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs en zijn debuutroman Rupert, een bekentenis (2002), met de Anton Wachterprijs. Hij is de enige Nederlandstalige auteur die zowel voor poëzie als voor proza de belangrijkste debuutprijs is toegekend. Na zijn derde poëziebundel ontving hij in 2002 de oeuvreprijs voor zijn poëzie van het Duitse Bundesland Nordrhein-Westfahlen. Zijn tweede roman, Het grote baggerboek (2004), baarde opzien door het compromisloze taalexperiment en werd genomineerd voor grote Nederlandse en Belgische prijzen voor het beste boek van het jaar, alsmede voor de Goeden Doerian voor het slechtste boek. De prijs die hij won, was de Tzumprijs voor de beste zin van het jaar.

Na de complexe en veelstemmige roman Het ware leven, een roman (2006), beleefde hij zijn internationale doorbraak met La Superba (2013). Deze roman rond het thema van migratie die zich afspeelt in Genua, werd bekroond met de Libris Literatuurprijs, de prestigieuze vijfjaarlijkse prijs van de Koninklijke Academie van België en wederom de Tzumprijs voor de beste zin, die hij als enige auteur tweemaal heeft gewonnen. Het boek werd een bestseller en is uitgebracht in meerdere landen, waaronder de Verenigde Staten, Duitsland en Italië.

Waar zijn vroege poëzie werd gekenmerkt door barokke weelderigheid, bravoure, vrije vormen en dwingende oraculaire duisterheid, bekende hij zich voor de poëzie die hij schreef onder het heldere licht van zijn nieuwe woonplaats Genua tot de muzikaliteit van rijm en metrum en de monumentale zeggingskracht van klassieke vormen. In 2015 schreef hij het poëzieweekgeschenk Giro giro tondo, een obsessie, een klassieke sonnettenkrans over de cynische cyclus van de liefde. Gelijktijdig verscheen de dichtbundel Idyllen, nieuwe poëzie, vijftig langere, verhalende gedichten in rijmende alexandrijnen over de zee, waarin poëtische zeggingskracht wordt gepaard aan politiek en maatschappelijk engagement. Hij won er alle prijzen mee die er te winnen zijn, waaronder de VSB Poëzieprijs, en de bundel werd een bestseller. Hij is een van de zeer weinige auteurs die zowel voor proza als voor poëzie de grootste jaarlijkse prijzen, zoals die van de Libris en de VSB, is toegekend.

Zijn loopbaan als toneelschrijver begon in 2007 met een samenwerking met het theatergezelschap Annette Speelt, waarvoor hij twee stukken schreef. In Genua maakte hij twee stukken in het Italiaans en in Nederland werkte hij samen met Het Nationale Toneel en Toneelgroep Maastricht, waarvan hij inmiddels de vaste huisschrijver is. De taalrijkdom en dramatische kracht van zijn toneelstukken zijn vergeleken met die van Shakespeare. Voor zijn stuk De Advocaat werd hem in 2017 de Taalunie Toneelschrijfprijs toegekend,  waarmee hij is gelauwerd in alle drie de traditionele genres van de literatuur, poëzie, proza en drama.

Sinds 2006 is hij de vaste tekstschrijver van de zangeres Ellen ten Damme. Hun gezamenlijke album Durf jij? werd een gouden plaat. Hij publiceerde essays over poëzie en als bloemlezer stelde hij het overzicht van de moderne Nederlandse poëzie samen, De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigse eeuw in 1000 en enige gedichten (2016).

De maatschappelijke betrokkenheid die zijn werk kenmerkt, vond in 2015 erkenning in de vorm van de E. du Perronprijs, toegekend voor de dichtbundel Idyllen, de columns en Gelukszoekers, een bundeling van teksten over immigratie.

Onder zijn meest recente werk bevinden zich Brieven uit Genua (2016), een autobiografie in briefvorm, uitgebracht in de reeks Privé Domein, en de roman Peachez, een romance (2017), over de complexe verhouding tussen fantasie en werkelijkheid in liefde en geloof. Het is het meest romantische boek van het jaar genoemd. Momenteel werkt hij aan een roman over het thema toerisme, met de werktitel Grand Hotel Europa en aan een tweede bundel Idyllen.